Zelf training geven over kennis delen via lerende netwerken

    Doelpubliek

    • leidinggevenden en HR-verantwoordelijken
    • medewerkers
    • vakbondsvertegenwoordigers
    • zelfstandige ondernemers

    Waarover het kan gaan

    De training kan gaan over het nut van lerende netwerken, wanneer het kennis delen en leren makkelijker of moeilijker gaat via de netwerken, welke voorwaarden er zijn om kennis te delen via lerende netwerken, welke processen je terugvindt bij lerende netwerken, …

    Hoe je het aanpakt

    Lerend netwerk: wat en hoe?

    • Wat is een lerend netwerk?
    • Heb je zelf al deelgenomen aan een lerend netwerk? Waarom wel/niet?
    • Welke vorm had dit lerend netwerk? Welke vormen ken je?
    • Welke stappen of processen zijn er bij een lerend netwerk?
    • Wat liep goed / minder goed bij jouw lerend netwerk?
    • Wat maakt een lerend netwerk succesvol? Hoe kom je toch uitwisseling van kennis? Wat is de rol van elke deelnemer? Wat is de rol van de facilitator?

    Kennis delen: remmers en motors

    Vraag aan de deelnemers om te denken aan een situatie uit het verleden, waarbij je makkelijk tot kennis en informatie delen kwam en een ander geval waarbij dit niet zo was. Wat maakte dat je makkelijker of moeilijker hiertoe kwam? Wat waren belemmerende factoren? Wat hielp om tot echte kennisdeling te komen?

    Speed daten: oefening rond vertrouwen

    Deze oefening heeft tot doel om de deelnemers bewust te maken van het belang van onderling vertrouwen bij het delen van kennis. Laat de deelnemers met elkaar speed daten (vb. 2 minuten per koppel) om elkaar beter te leren kennen. Als sommigen elkaar al kennen en anderen niet, is de oefening wellicht nog beter geschikt. Doet dit minstens bij een aantal koppels. Reflecteer achteraf: verliep het gesprek telkens vlot of minder vlot? Wat maakt dat het makkelijker is om iets te delen? Welke kennis of informatie deel je makkelijker/moeilijker? Waarom?

    Oefening met flipcharts

    Je vraagt aan elke deelnemer op een flip te zetten met wie ze allemaal samenwerken of contacten hebben. Ze brengen hun eigen netwerk in kaart. Laat ze vervolgens aanduiden:

    • aan wie ze al hulp of informatie gevraagd hebben
    • aan wie ze al hulp of informatie gegeven hebben.

    Je kan daarna reflecteren over wat het moeilijk maakt om beroep te doen op anderen. Doel is hier om te peilen wat de deelnemers tegenhoudt om hulp te vragen of te geven. Dat kunnen limiterende overtuigingen zijn maar ook gebrek aan informatie over mogelijke ondersteuning. Je staat stil bij hoe de deelnemers dit verder kunnen aanpakken.

    Je kan na het in kaart brengen van het eigen netwerk ook ingaan op:

    • Welke kennis/informatie zou je kunnen delen? Waar heb je heel wat expertise rond? Voor wie binnen jouw netwerk zou deze informatie nuttig zijn?
    • Welke kennis/informatie heb je nodig in je werk / voor je zaak als zelfstandige ondernemer? Wie vanuit het netwerk zou je hierbij kunnen helpen? Wie kan jou algemene kennis geven of specifieke deelinfo?
    • Hoe ga je deze informatie vragen / geven? Hoe communiceer je?

    Mogelijke vragen

    • Wanneer heb je voor het laatste informatie of kennis gedeeld? Met wie? Hoe verliep dit? Wat maakt dat je makkelijker of moeilijker informatie of kennis deel?
    • Hoeveel vertrouwen geef/krijg je binnen jouw organisatie? Hoeveel aan klanten, leveranciers, collega’s? Geef een cijfer op 10. Waarom deze score? Wanneer kon je een klant, collega, enz. vertrouwen? Waar lag dat aan?
    • Welke kennis zou je wel/niet delen met een collega, met iemand uit een andere organisatie, met een klant, …? Waarom?
    • Stel dat je recent hebt toegezegd om deel te nemen aan een lerend netwerk. Wat zouden jouw verwachtingen zijn? Wat wil je hieruit halen? Wat is belangrijk voor jou?
    • Stel dat je hebt toegezegd om deel te nemen aan een lerend netwerk, maar dit loopt niet zo goed. Wanneer en om welke redenen zou het kunnen mislopen? Hoe kan je dit voorkomen? Hoe kan je een lerend netwerk versterken?
    • Akkoord/niet-akkoord stelling - Waarom?
      • De rol van de facilitator/organisator is het allerbelangrijkste bij een lerend netwerk.
      • Lerende netwerken zijn vooral nuttig wanneer je al met een specifiek probleem of vraag zit.
      • Deelnemen aan een lerend netwerk is vooral nuttig wanneer je in een specifieke job zit, bijvoorbeeld als je zelf vormingen of opleidingen geeft.
      • Bij een lerend netwerk kijk ik altijd eerst de kat uit de boom. Als je zelf eerst veel kennis deelt, riskeer je dat je er niets voor terug krijgt en met lege handen achterblijft.

    Nuttige documentatie

    • Gebruik de cijfers en informatie in de publicaties van de Stichting Innovatie & Arbeid rond dit thema (link naar publicaties werkbaarwerk).
    • Gebruik de stellingen en vragen hierboven door ze af te drukken en te verdelen in verschillende werkgroepen.
    • Speel een spel met de groep. Er zijn heel wat spellen beschikbaar bij https://aanstokerij.be/. Kies bv. een spel rond communicatie en vertrouwen geven ook bij cultuurverschillen, een relatiespel, ...