Zelf training geven over afwisseling en autonomie inbouwen

    Doelpubliek

    Training over afwisseling en autonomie kan zich richten tot:

    • leidinggevenden en HR-verantwoordelijken
    • medewerkers
    • vakbondsvertegenwoordigers

    Waarover het kan gaan

    In deze training kunnen volgende thema’s aan bod komen:

    • Afwisseling en autonomie in het werk hebben beiden een impact op werkstress, op motivatie van medewerkers, op de leerkansen die ze krijgen. Hoe zit die relatie tussen werkbaar werk en afwisseling en autonomie precies in elkaar?
    • Het model van Karasek wordt vaak gebruikt om het belang van autonomie of regelmogelijkheden te onderstrepen. Hoe leg je het model van Karasek uit? Wat zijn de beperkingen van dit model? Welke link is er tussen regelmogelijkheden en werkdruk?
    • Hoe kan je voor meer afwisseling en autonomie in een job zorgen? Hoe zorg je voor bredere of volledige functies?
    • Jobs met veel afwisseling zijn vaak ook flexibele jobs. Hoe ver kan je daar in gaan?

    Hoe je het aanpakt

    Inleidende vragen

    Voor leidinggevenden

    • Hoe kijk jij aan tegen afwisseling in het werk?
    • Hoe kijk jij aan tegen autonomie in het werk?
    • Afwisseling en autonomie: aan welke is er nood aan verbetering? Waarom?
    • Wat is voor jouw organisatie het meest van belang: afwisseling of autonomie? Waarom?
    • Hoe ver gaat de haalbaarheid van meer autonomie?
    • Is autonomie voor iedereen wenselijk?
    • Zijn afwisseling en autonomie in evenwicht in jouw afdeling/organisatie? Waarom wel/niet?
    • Is een evenwicht in afwisseling en autonomie een oplossing om stress onder controle te houden?
      • Waarom denk je dat?
      • Zijn er grenzen aan?
      • Voor iedereen?
    • Hoe verandert dit jouw job als leidinggevende?

    Voor werknemers

    • Heb je voldoende autonomie/afwisseling in je job?
    • Te veel – te weinig?
    • Is dit in evenwicht?
    • Maakt dit de job aantrekkelijker?
    • Kan je stress beperken met meer autonomie/afwisseling?
    • Hoe vang je een vermeerdering van het werk op?

    Inleidende stellingen

    • Meer afwisseling en meer autonomie van de werknemers is niet meer te organiseren!
    • Meer autonomie is ook meer verantwoordelijkheid!
    • Sommige mensen willen geen afwisseling in het werk!
    • Autonomie wordt teruggedrongen door de digitalisering!
    • Jobs die slecht scoren op taakvariatie zullen verdwijnen!
    • Vul in op basis van doelgroep, doelstelling, verbetertrajecten

    Inleidende presentatie

    Maak zelf een relevante grafiek d.m.v. de datatool op deze website of op basis van de publicaties over dit thema. Je kan de focus leggen op de verschillen tussen sectoren, beroepsgroepen, gender, enzovoort, afhankelijk van je publiek. Je kan aan de deelnemers vragen of ze zich herkennen in de cijfers. Waarom wel of waarom niet? Wat zorgt er voor dat de situatie in hun bedrijf anders is?

    Inleidende doe-opdracht

    • Gebruik foto’s van mensen die aan het werk zijn en bekijk met de deelnemers wat je uit de foto’s kan afleiden wat betreft afwisseling en autonomie. Je kan kiezen voor foto’s met beroepen die dicht bij het werk van de deelnemers aanleunen ofwel net heel ver af staan van hun werk. Soms werken foto’s van jobs die niets met de deelnemers te maken hebben beter, omdat men dan meer focust op de opdracht.
    • Je kan de deelnemers ook een stapeltje foto’s geven van beroepen en hen die laten ordenen van meer afwisseling en autonomie naar minder of geen afwisseling en autonomie. Bespreek met de deelnemers uitvoerig waarom ze gekozen hebben voor een bepaalde volgorde.
    • Laat de deelnemers volgende korte vragenlijst invullen en bespreek met hen de resultaten.
      Nooit Soms Meestal Altijd Weet niet

    Inhoud van het werk

             
    Ik kan mijn kennis en vaardigheden goed gebruiken.          
    Mijn taken zijn duidelijk.          
    Mijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn duidelijk.          
    Ik weet welk resultaat er van mij wordt verwacht.          

    Zelfstandigheid

             
    Ik kan zelf bepalen op welke manier ik mijn taken realiseer.          
    Ik heb ruimte om zelfstandig beslissingen te nemen.          
    Ik word betrokken bij beslissingen die mijn klanten aangaan.          
    Als ik initiatief neem wordt dat gewaardeerd.          

    Verbeterklimaat

             
    Ik heb de ruimte om zaken aan de orde te stellen die versimpeld of verbeterd kunnen worden.          
    Er is bij ons sprake van een cultuur van continu verbeteren.          
    Als ik een nieuw idee of plan heb lukt het me om dit ingevoerd te krijgen.          
    Ik heb er vertrouwen in dat zelfsturing leidt tot verbetering binnen mijn organisatie.          

    Het model van Karasek uitleggen en bespreken

    Met onderstaande vragen kan je de deelnemers het model van Karasek laten invullen voor hun eigen functie voor de workshop/training. Je kan de gegevens dan op voorhand verwerken in het schema van Karasek en deze resultaten met de groep bespreken. Je kan de vragen ook laten invullen tijdens de workshop/training. Dan kunnen de deelnemers ook met elkaar bespreken waarom ze een bepaald cijfer invullen. Samen kun je dan de resultaten overbrengen in het model van Karasek.

    Regelruimte is:

    De mogelijkheden die jij hebt om zelfstandig beslissingen te nemen over;

    • het werk wat je doet,
    • hoe je het werk uitvoert,
    • het tempo en de volgorde waarin jij de taken uitvoert.

    Misschien mag jij over het werk wat je doet zelfstandig beslissen en mag je dus veel helemaal zelf regelen. Dan heb je veel regelruimte. Moet je regelmatig overleggen met collega’s of leidinggevende dat kan je niet alles zelf beslissen en wordt de ruimte om je werk zelf te regelen al minder. Krijg je instructie over hoe je het werk moet doen of regelmatig aanwijzingen van anderen, bijvoorbeeld van een collega of arts, dan heb je weinig regelruimte.

    STAP 1. Bepaal je eigen regelruimte op een schaal van 0 tot 10

    Laag                       Hoog
    0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

    Werklast bestaat uit:

    • De eisen die het werk aan de medewerker stelt.
    • De uitdaging die hij/zij eraan ondervindt.
    • De hoeveelheid werk en werktempo, als ook de taakinhoud en het gewenste niveau.

    Misschien vraagt het werk veel van je. Je moet geconcentreerd werken en aandacht hebben voor de cliënt. Daarbij wordt er kennis van procedures en protocollen van je gevraagd. Misschien moet je zo veel werk doen dat je jouw aandacht niet kan verdelen. Dan is de werklast hoog. Zeker als je ook nog binnen een bepaalde tijd veel werk moet doen.

    Wat ook kan is dat het werk niet zoveel van je eist. Je beheerst je werk en de uitdaging is niet zo groot. Als je dan ook nog genoeg tijd hebt om alle werkzaamheden te doen is de werklast laag te noemen.

    STAP 2. Bepaal je eigen werklast op een schaal van 0 tot 10.

    Zet een kruisje bij het cijfer in op onderstaande schaal:

    Laag                       Hoog
    0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

    Onderstaande vragen kan je gebruiken om de verschillende kwadranten te bespreken.

    Kwadrant A. Ontspannen werk

    • Welk werk hoort tot je taak? (je =jullie)
    • Is dat voldoende uitdagend?
    • Wat kan/wil je uitbreiden?
    • Hoe pak je dat aan?
    • Met wie kan je dat bespreken?

    Kwadrant B. Uitdagend werk

    • Wat motiveert je op dit moment het meest? Wat het minst?
    • Is dat in evenwicht/balans?
    • Wat zijn je persoonlijke ambities?
    • Kan je daaraan werken?
    • Welke ambities zie jij voor je team?
    • Kan je daar gezamenlijk aan werken?
    • Kan je jouw bijdrage daaraan voldoende leveren?

    Kwadrant C. Passief/saai werk

    • Word je belemmerd om meer regelruimte te pakken of te krijgen?
    • Wat zou je willen doen ?
    • Ben je daarvoor bevoegd?
    • Wat kan je meer doen?
    • Behoort dat tot je taak?
    • Wacht je af? Of neem je zelf initiatief?

    Kwadrant D. Slopend werk

    • Lukt het je de beschikbare werktijd in te delen?
    • Zijn de planbare en niet planbare werkzaamheden in balans?
    • Neem je werk van anderen over?
    • Moet je structureel werk overnemen?

    Mogelijke vragen

    • Maakt meer afwisseling en autonomie in het werk een job aantrekkelijker of juist zwaarder?
    • Is voldoende autonomie of regelmogelijkheden dé oplossing om werkstress en werkdruk onder controle te houden?
    • Zijn alle werknemers vragende partij voor meer afwisseling of meer autonomie?
    • Als medewerkers meer autonomie krijgen, welke impact heeft dit op de rol van de leidinggevende?

    Nuttige documentatie

    Werkbaar werk en de jobtypes van Karasek. De Amerikaanse socioloog Karasek pleit ervoor om hoge taakeisen te combineren met taakvariatie en ruime autonomie op de werkplek. Dit motiveert werknemers en geeft hen meer armslag om werkdruk en stress de baas te blijven. Kortom: regelmogelijkheden als recept voor werkbaar werk. Analyses op de werkbaarheidsmonitor leren ons dat enige nuance bij de uitgangspunten van dit Karasek-model op zijn plaats is.